Pinksteren

Zondag 31 mei viert de Kerk dit jaar het Hoogfeest van Pinksteren. Maar net zoals dat het geval was met Pasen dit jaar zal ook het feest van Pinksteren wat in mineur gevierd worden, omdat het spook van het Corona-virus nog niet bedwongen is en wij als gelovige gemeenschap nog niet op een normale wijze samen liturgie kunnen vieren. We zijn dankbaar om de mogelijkheden die de moderne technologie ons biedt om toch een eucharistieviering te volgen via radio, TV of PC, maar het doet toch wat onwezenlijk aan om op zo’n feestelijke dag een zo goed als lege kerk te moeten zien. Het doet ons pijn aan het hart.

Maar misschien juist in deze situatie kan een gebed tot de H. Geest ons troost brengen, ons hart verlichten, ons verzwakte gemoed weer oprichten. En misschien kan een bezinning rond het mooie Pinksterlied “ Kom o Geest des Keren, kom ons daarbij helpen.

We volgen de Nederlandse vertaling door J.W. Schulte-Nordholt zoals die is opgenomen in Zingt Jubilate nr 417. Het lied dateert van de jaren 1200 NC en wordt toegeschreven aan de Engelse kardinaal Stephen Langton en het beschrijft wat de H. Geest in een mens bewerken kan.

———–

Kom, o Geest des Heren, kom

uit het hemels heiligdom,

waar Gij staat voor Gods gezicht.

Kom, der armen troost daal neer.

Kom, en schenk uw gaven, Heer.

Kom, wees in de harten licht.

Kom, o Trooster, heil’ge Geest,

zachtheid die de ziel geneest.

Kom, verkwikking, zoet en mild.

————–

Het lied begint met een bede om de komst van de H. Geest. Die Geest wordt gesitueerd in “het hemels heiligdom “, aan de zijde dus van de Vader en de Zoon. Hij is de derde persoon van de heilige Drievuldigheid.

Tot vijf maal toe wordt dan in de tweede en derde strofe de bede om de komst van de Geest herhaald, om het indringende karakter van deze bede te versterken.  En in zes treffende beelden wordt dan opgeroepen wat die heilige Geest in het leven van de mens kan betekenen.

Want Hij is:   

–  vader voor de armen

–  gever van gaven

–  licht in het hart

–  de beste tooster

–  genezer van de ziel

–  verfrissing

————-

Dit kan misschien nog wat algemeen klinken. Daarom maakt de vierde strofe die werking van de H. Geest concreter. Ze doet dat aan de hand van drie tegenstellingen, herkenbaar in het leven van elkeen:

– vrede tegenover strijd

– lafenis tegenover lijden

– rust tegenover onrust :

———–

Kom, o vrede in de strijd,

lafenis voor ‘t hart dat lijdt,

rust, die alle onrust stilt.

———

De vijfde en de zesde strofe lijken wel geschreven voor deze Corona-tijd, nu we meer dan ooit geconfronteerd worden met de broosheid en kwetsbaarheid van het leven.  Het lied geeft aan hoezeer het nodig is dat het licht van de Geest moge doordringen tot de diepste diepten van ons hart, want zonder de kracht van de Geest kunnen wij niets:

————-

Licht dat vol van zegen is,

schijn in onze duisternis,

neem de harten voor U in.

Zonder uw geheime gloed

is er in de mens geen goed,

is de ziel niet rein van zin.

————

De zevende en achtste strofe treffen in hun eenvoud en oprechtheid. In ongewoon directe bewoordingen uit het dagelijkse leven bidden we om uitzicht naar verlossing en bevrijding uit allerlei noden die het leven van een mens bezwaren:

———

Was wat vuil is en onrein,

overstroom ons dor domein,

heel de ziel die is gewond.

Maak weer zacht wat is verstard,

koester het verkilde hart,

leid wie zelf de weg niet vindt.

———-

De negende en tiende strofe vatten alles nog eens samen vanuit een diep gelovig vertrouwen: Moge het zo zijn. Alleluja !

————-

Geef uw gaven zevenvoud,

ieder die op U vertrouwt,

zich geheel op U verlaat.

Sta ons met uw liefde bij,

dat ons einde zalig zij,

geef ons vreugd die niet vergaat.

Amen. Alleluja !

Paul Pulinx, pr.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.