Zeventiende zondag door het jaar – lezingen

Eerste Lezing: 1 K 3, 5. 7-12

In die dagen verscheen de Heer ’s nachts in een droom aan Salomo en zei: ‘Wat wilt ge dat Ik u geef: ‘Heer mijn God, Gij hebt uw dienaar tot koning verheven hoewel ik maar een jonge man ben en nog niet weet wat ik doen of laten moet. Zo staat uw dienaar temidden van het volk dat Gij uitverkoren hebt, een groot volk, zo groot dat het niet te tellen of te schatten is. Geef dus uw dienaar een opmerkzame geest, om recht te kunnen spreken voor uw volk en nderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad. Want wie is in staat recht te spreken voor dit grote volk van U?’ Dit verzoek van Salomo behaagde de Heer. En God zei tot hem: ‘Omdat ge juist dit gevraagd hebt en niet gevraagd hebt om een lang leven, ook niet om rijkdom, evenmin om de dood van uw vijanden, maar omdat ge inzicht gevraagd hebt om recht te kunnen spreken, daarom voldoe Ik aan uw verzoek en geef Ik u een geest vol wijsheid en inzicht, zoals vóór u
niemand heeft gehad en ook na u niemand zal hebben.’

Antwoordpsalm : Psalm 119

Hoezeer is uw wet mij lief, Heer.
Dit stel ik mij altijd tot taak, Heer,
om trouw te zijn aan uw woord.
De wet uit uw mond is mij meer waard
dan schatten van zilver en goud.
Maar laat uw erbarmen mij nu vertroosten,
zoals Gij uw dienaar eens hebt beloofd.
Door uw barmhartigheid moge ik leven,
omdat ik mijn vreugde vind in uw wet.
Maar ik begeer wat Gij hebt geboden
boven het fijnste goud.
Daarom heb ik uw bevelen gekozen,
verwerp ik de wet van het kwaad.
Uitstekend is alles wat Gij verordent,
daarom houdt mijn geest daaraan vast.
De uitleg van uw woorden geeft klaarheid,
schenkt wijsheid aan wie onervaren is.

Tweede Lezing: Rom. 8, 28-30

Broeders en zusters, wij weten dat God in alles het heil bevordert van die Hem liefhebben, van hen die volgens zijn raadsbesluit geroep zijn. Want die Hij te voren heeft gekend, heeft Hij ook te voren bestemd tot gelijkvormigheid met het beeld van zijn Zoon, opdat Deze de eerstgeborene zou zijn onder vele broeders. Die Hij heeft voorbestemd, heeft Hij ook geroepen. Die Hij riep, heeft Hij gerechtvaardigd, en die Hij rechtvaardigde, heeft Hij verheerlijkt.

Evangelie: Matteüs 13, 44-52

In die tijd zei Jezus tot de menigte: ‘Het Rijk der hemelen gelijkt op een schat, verborgen in een akker. Toen iemand hem vond, verborg hij hem weer, en in zijn blijdschap ging hij alles te gelde maken wat hij bezat en kocht die akker. Ook gelijkt het Rijk der hemelen op een koopman, op zoek naar mooie parels. Toen hij een parel van grote waarde had gevonden, ging hij alles verkopen wat hij bezat en kocht haar.’
Ook gelijkt het Rijk der hemelen op een sleepnet dat in de zee geworpen, vissen van allerlei soort bijeenbracht. Toen het vol was trok men het op het strand; men zette zich neer om de goede vissen uit te zoeken en in manden te doen, de slechte echter werden weggeworpen. Zo zal het ook gaan op het einde van de wereld: de engelen zullen uittrekken om de slechten tussen de rechtvaardigen uit te zoeken en in de vuuroven te werpen. Daar zal geween zijn en tandengeknars.

Hebt gij dit alles begrepen?’ Zij antwoordden Hem: ‘Ja.’ Hij zij hun: ‘Daarom is iedere schriftgeleerde die onderwezen is in het Rijk der hemelen gelijk aan een huisvader die uit zijn schat nieuw en oud te voorschijn haalt.’

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.