Pastorale Eenheid Heilige Odilia Borgloon

Vandaag krijgen jullie de verduidelijking van de laatste mogelijke benaming en de reden waarom we voor deze naam kiezen.

Pastorale Eenheid Heilige Odilia Borgloon

Feestdag 18 juli.

De Lonenaren kennen de H. Odilia vooral  via de abdij van Colen. Het verhaal van de vinding van haar gebeente wordt er afgebeeld in de schilderijen van het koorgestoelte. Maar nog meer bekend voor de Lonenaren – en ongewis ook voor mensen van heinde en ver – is het reliekschrijn van de H. Odilia, opgesteld in de sacristie van de kapel. Het schrijn dateert van 1292.

De legende van de H. Odilia is grotendeels gebaseerd op de oudere analoge legende van de H. Ursula.

Het reliekschrijn vertelt de wederwaardigheden van elf christelijke vrouwen, waaronder de H. Ursula en de H. Odilia die in de 6de eeuw de marteldood stierven omwille van hun geloof. Na de zegen van de paus ontvangen te hebben vertrokken deze elf maagden vanaf Basel per boot naar Keulen. Daar aangekomen werden ze door de koning van de Hunnen opgewacht. Hij vroeg Odilia ten huwelijk. Zij wees hem echter af omdat hij ongelovig was. Ook de overige tien maagden weigerden in te gaan op de avances van de rest van het mannelijk gezelschap. Het brutale antwoord hierop was dat zij als weerloze wezens op een afschuwelijke wijze werden vermoord. Odilia had dus – indien ze had gewild – een koninklijk luxeleven kunnen leiden. Toch opteerde ze radicaal voor haar christelijk geloof, ook al tekende ze hiermee haar doodvonnis.

De schilderijen van de Luikse schilder Martin Aubée verhalen op een sublieme wijze het gebeuren van zowel de vinding (inventio) van de beenderen van de H. Odilia, als de overbrenging (translatio) en de uitstalling (elevatio) van haar relieken. Vanaf 1764 tot 1784 schilderde M. Aubée deze bijzondere geschiedenis uit in zestien taferelen. Zestien doeken die het iconografisch verhaal gestalte geven dat zich afspeelde tussen 1287 en 1292.

De H. Odilia was de heilige van de Kruisheren; een Orde die in de 13e eeuw ontstond en waarvan het moederklooster in Hoei gevestigd was. Zij verbleven tussen 1438 en 1822 in het klooster van Colen. Aanvankelijk was de H. Helena, moeder van keizer Constantijn, de geliefde heilige van de Kruisheren. Doch gaandeweg werd Odilia de geprefereerde heilige van deze Orde. Het is dan ook logisch dat zij het schrijn sinds 1292 in hun klooster (te Hoei) herbergden. Maar na opheffing van het moederklooster te Hoei in 1797, nam Kruisheer Lambertus Hayweghen (een Lonenaar) het reliekschrijn mee naar zijn woning te Borgloon. In  1828 stond hij het Odilia-schrijn af aan de parochie van Kerniel.  Decennia later, meer bepaald sinds 1933, vond het zijn vaste bestemming in de sacristie te Colen. 

Terloops dient vermeld dat de H. Odilia van de Elzas, die destijds in Kerk & Leven werd voorgesteld, niets vandoen heeft met de hierboven beschreven heilige Odilia van Keulen.

Zoals zovele heiligen voor aparte doeleinden aanroepen worden, richten gelovigen zich tot de H. Odilia in het bijzonder voor genezing van oogkwalen. Sinds eeuwen bestond er te Kerniel een devotie voor de H. Odilia. In de kerk was vroeger het zijaltaar aan deze heilige gewijd en er stond een mooi groot beeld, dat jammer genoeg in de brand van 1966 is gebleven.

Er werd zelfs een bron naar haar genoemd die geneeskundige kracht zou bezitten. De Odilia-bron is nog altijd een begrip te Kerniel. Ter ere van de H. Odilia werd recent in de kerk van Kerniel een stille ruimte gecreëerd.  Een oase van rust, waar een klein Odilia-beeld prijkt.

De kerkfabriek van Borgloon is van plan na de restauratie  van de collegiale kerk St Odulphus het Odiliaschrijn, door het bisdom in bewaring gegeven een vaste plaats te geven.  Zo wordt ons een tastbaar teken geboden van een eeuwenoude geloofsovertuiging waaraan de Pastorale Eenheid terecht haar naam zou kunnen verankeren.

Met dank aan Jos Bleus voor deze bijdrage.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.