Zesde Paaszondag – homilie

Danken en geven maakt onze vreugde volkomen

Aan de ene kant is er in dit evangelie sprake van ‘gebod en geboden’: ‘Dit is mijn gebod’; ‘als gij mijn geboden onderhoudt..’ en aan de andere kant is er sprake van ‘vreugde’, zelfs van een ‘volkomen vreugde’: ‘Dit zeg Ik u opdat mijn vreugde in u moge zijn en uw vreugde volkomen moge worden.’

Maar al te vaak worden die 2 aspecten – het gebod en de vreugde – uit elkaar gehaald. Maar dat is niet wat het evangelie zegt! Het evangelie heeft het over het gebod van de liefde, het gebod van de zelfgave dat tegelijkertijd voor wie het opvolgt, vreugde brengt. Het evangelie houdt het gebod en de vreugde samen.

Het ware leven ligt volgens het evangelie niet simpelweg in het onderhouden van de morele plichten. Het ware leven ligt ook niet in een sentimenteel gevoel of oppervlakkig plezier. Het ware leven vinden we wanneer we met vreugde onszelf kunnen geven. Sint Paulus schrijft ergens dat God houdt van de ‘hilarem datorem’: van wie geeft met een opgewekt hart – van wie met vreugde kan geven.

En dat is het!! Dat is het wat het evangelie ons wil schenken. Dat is de gave van de heilige Geest: niet dat wij knorrige zure mensen zijn die ons met tegenzin opofferen maar dat wij vrolijke gevers zouden worden. Op het eerste gezicht en in de ogen van de wereld zijn vrolijke gevers misschien naïef, maar ten diepste zijn juist degenen die in blijheid hun leven delen de meest wijzen van allen.         

Deken Wim