Tiende zondag door het jaar – homilie

Zijn wij familie van Jezus?

Willen wij behoren tot de familie van Jezus?
Je zou kunnen zeggen: “Wij zijn gedoopt,
Wij behoren tot de christelijke familie.”
Maar Jezus zelf doet ons verder denken:
“Wie is mijn moeder? Wie zijn mijn broeders?”, vraagt Hij.
En dan geeft Hijzelf als antwoord:
“Mijn broeder en mijn zuster en mijn moeder zijn zij
die de wil van God volbrengen”.
Zijn wij in die zin broeder of zuster van Jezus?

Martijn studeert aan de universiteit,
maar in het weekend speelt hij orgel in de kerk.
Als zijn vrienden hem vragen wat hij in het weekend doet,
dan antwoordt hij zonder problemen
dat hij – buiten de coronatijd – vier keer naar de kerk gaat om orgel te spelen.
Hij studeert voor tandarts en doet mee aan een project
om de toegang tot tandheelkunde toegankelijker te maken voor kansarmen.
Hij kiest ervoor om met geloof bezig te zijn,
na te denken over het geloof.
Bij hem is dat bewust bezig zijn met geloof begonnen
toen een Nederlandse protestantse medestudent hem vroeg naar zijn geloof,
en hij bij zichzelf ontdekte dat hij er weinig van wist.
Toen is hij begonnen met zich te verdiepen in de Bijbel.

In welke mate zijn wij bereid om te groeien in geloof?
Behoren tot de christelijke familie
is geen band die van nature gegeven is,
het vergt een dagelijkse keuze
om te groeien in verbondenheid en verwantschap
met ‘de wil van de Vader’.

Vele mensen willen wel familie zijn van Jezus.
Vele mensen zien iets in zijn levenswijze
en zijn manier om mensen lief te hebben,
en steunen op Hem om het kwaad en de slang
bij zichzelf en in de wereld te bestrijden.
Om te groeien in die liefde,
om sterk te staan tegenover het kwaad,
is er een familieband nodig met Hem:
een besef van ‘Ik luister naar Hem,
ik wil verbonden zijn met Hem,
ik wil Hem tot mijn hart laten spreken.’

Mogen wij Jezus echt opnemen en adopteren
in het hart en de kern van ons leven.

priester Rik Renckens Kortessem