Dertiende zondag door het jaar – homilie

Beste broeders en zusters

Deze zondag mogen we een bijzonder verhaal horen waarbij Jezus twee wonderen verricht. Voor een aantal mensen zijn de wonderverhalen een rede om aan het geloof te twijfelen. Maar als we elk verhaal goed beluisteren zullen we opmerken dat Jezus het wonder nooit alleen doet. Ook de vragende partij neemt deel aan het wonder, want zonder geloof staat ook Jezus machteloos.

Het verhaal begint met een radeloze vader die naar Jezus toekomt om zijn dochtertje te redden. En terwijl Jezus op weg gaat voelt Hij plots een hand die hem aanraakt uit de menigte die met Hem meewandelt. De leerlingen moeten er een beetje om lachen want er zijn wel honderd handen die Jezus aanraken. Maar terwijl de leerlingen twijfelen geneest Hij de vrouw met een sterk geloof, want zij had enkel over Jezus horen praten.

Bij zijn aankomst aan het huis van Jaïrus hoort hij de mensen fluisteren dat het dochtertje al overleden is en dat zijn hulp dus niet meer nodig is. Wanneer Jezus vertelt dat ze niet dood is maar slechts slaapt klinkt er opnieuw gelach.

Dit is niet de eerste keer dat er gelachen wordt wanneer God iets doet.
In het Oude Testament vinden we Abraham en Sarah terug die lachten toen God hun evenveel nakomelingen beloofden als wat er korrels zand waren in de woestijn. Ze lachten telkens weer omdat de belofte van God niet haalbaar is in de ogen van de mens.

De mensen nemen Jezus niet serieus. Waarom zouden ze, ze weten immers alles over de dood die komt voor jong en oud. Het jonge meisje is dood. Wat kan Jezus nu doen tegen de dood? En God liet hun zien dat ze verkeerd waren.

Zowel de vrouw als de vader namen Jezus belofte serieus. Beiden gingen ze ervan uit dat Jezus hun leven kon veranderen en ze knielden voor Hem neer.
In dit Evangelie laat Jezus ook zien dat de Goddelijke kracht leven kan geven, overvloedig leven voor iedereen.
Het Evangelie laat Jezus zien als een mens die aan geen enkele menselijke nood voorbij gaat. Hij genas mensen, dankzij hun geloof, van allerlei ziektes, schuldgevoel, armoede, zondigheid, verdriet en egoïsme.

Ook voor ons is deze taak weggelegd om mensen op weg te helpen, om hun noden ernstig te nemen en ze te helpen. Dit kunnen we niet alleen, maar wel met Zijn hulp.
Laten we net als Jaïrus naar Hem toestappen en Hem vragen om hulp.
Als we er daadwerkelijk in geloven, als we ons hart openstellen voor Hem dan zullen we zien dat Hij zijn beloftes altijd waarmaakt.

Serge Casier, toekomstig diaken PE Borgloon