Achttiende zondag door het jaar – Homilie

Zusters en broeders,

In wezen gaan de eerste lezing en het evangelie over hetzelfde,  namelijk over ontevredenheid over wat men gekregen heeft. In de eerste lezing morren de Israëlieten omdat ze onvoldoende voedsel hebben. Nog liever waren ze als slaven in Egypte gebleven dan dat ze nu van honger zouden omkomen in de woestijn. Want ook al waren ze slaven, ze kregen voedsel in overvloed. Ze zijn dus ontevreden omdat ze uit de slavernij bevrijd zijn en via de splitsing van de Rode Zee zelfs aan het leger van de farao zijn ontsnapt.

In het evangelie zien we dat de vijfduizend mannen aan wie Jezus in de woestijn met vijf broden en twee vissen voedsel in overvloed heeft bezorgd Hem nu achtervolgen, omdat ze Hem tot hun koning willen uitroepen. Hij kan dan altijd voor het nodige voedsel zorgen zonder dat zij nog iets moeten doen. Jezus voelt aan waar ze op uit zijn, en houdt hun voor dat ze in Hem moeten geloven, want Hij is de Mensenzoon die door God is gezonden, en Hij zal hun geen manna geven dat maar één dag meegaat, maar voedsel dat tot eeuwig leven leidt. Hun reactie maakt hun ongeloof duidelijk: ‘Wat voor teken doet Gij dan wel waardoor we kunnen zien dat wij in U moeten geloven?’ Het is bijna niet te geloven: zo-even hebben ze een ongelofelijk teken meegemaakt, en nu vragen ze Hem naar een teken waardoor ze in Hem zouden geloven. Jezus maakt het hun wellicht nog moeilijker wanneer Hij zegt: ‘Ik ben het brood dat leven geeft. Wie bij Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst hebben.’ Zoals we de volgende weken zullen zien, wordt de reactie van de mannen er alleen maar scherper en negatiever door.

De Israëlieten die uit de slavernij bevrijd worden en ontevreden zijn omdat ze daardoor niet meer kunnen genieten van de vleespotten en het brood dat ze als slaven te eten kregen, en vijfduizend mannen die de broodvermenigvuldiging hebben meegemaakt, en die nu van Jezus een teken eisen dat hen zou overtuigen in Hem te geloven: het klinkt bijna ongeloofwaardig, maar als we er wat dieper op ingaan, klinkt het helemaal anders. De hongerige Israëlieten trekken immers al maanden door de woestijn en ook die vijfduizend mannen waren zonder uitzicht op voedsel in de woestijn beland. En de woestijn is niet direct een prettige plaats om er te verblijven. De ontevredenheid van de Israëlieten en de vijfduizend mannen is dus te begrijpen, en ook heel herkenbaar voor ons, want ook wij zijn vaak niet tevreden over ons leven, ook al lijkt er zoveel te zijn dat ons juist wél tevreden zou moeten maken. Een goede gezondheid, genoeg geld om normaal te kunnen leven, veel mogelijkheden om ons te ontspannen, een lieve familie en nog zoveel meer. Maar soms zijn al die positieve dingen meer schijn dan werkelijkheid, sukkelen we met onze gezondheid, verdienen we maar net genoeg of zelfs te weinig om normaal te kunnen leven, zijn er spanningen in de familie en nog zoveel andere dingen die ons beklemmen. Zoals de coronapandemie die ons al maanden teistert, ons confronteert met vreselijk veel beperkingen, ons sociaal leven heeft ondergraven, en misschien ook ons gezin of onze familie op een heel pijnlijke wijze heeft getroffen. En het blijft niet bij die pandemie. Immers, een vreselijke vloedgolf heeft vooral Wallonië zwaar getroffen, heeft er dorpen en steden verwoest en duizenden mensen soms van familieleden en heel vaak van al hun bezittingen beroofd. Wat overblijft is meer dan anderhalf miljoen ton afval.

Zusters en broeders, het is niet gemakkelijk om altijd gelukkig en tevreden te zijn en altijd te geloven in de algoede God die ons nooit in de steek laat. Heel dikwijls voelen mensen zich precies wél in de steek gelaten, want het manna dat uit de hemel valt kan de honger vaak niet stillen. En toch kan alleen de hoop dat God ons steunt ons sterken, want alleen brengt de mens er weinig van terecht. Niet voor niets  heeft Jezus ons leren bidden: ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’, en daarmee bedoelt Hij meer dan ons dagelijks voedsel. In  het evangelie horen we immers dat Hijzelf het brood is dat leven geeft. Een leven van geloof, van hoop, van liefde, van vrede. Laten we dus bidden dat Jezus echt in ons leven zou komen, zodat we echt van zijn woorden en daden zouden leven. Want zijn aanwezigheid in ons geeft ons een leven in overvloed, een leven vol inzet voor elkaar, vol liefde, vol vrede en tevredenheid. Amen

Bron : preken.be