Sint-Jozef Rijkel

Neogotische éénbeukige kerk. De plattegrond beschrijft een schip van drie traveeën met transept van een travee, koor van een rechte travee met driezijdige sluiting, vierkante toren aan de noordzijde, in de hoek tussen transept en koor, en sacristie aan de zuidzijde, tussen transept en koor.

Bakstenen gebouw met afwerking van helderrode baksteen voor de banden, hoekbanden, en omlijstingen van de muuropeningen; hardsteen voor de afdekkingen van de steunberen en de vensterdorpels. Zadeldaken (leien). De façade vertoont een uitspringend portaal onder zadeldak; spitsboogpoort in een geprofileerde, bakstenen omlijsting. Erboven een drielicht-spitsboogvenster. De zijgevels en het transept zijn voorzien van gelijkaardige vensters. Het koor heeft smalle spitsboogvensters.

Vierkante toren van vijf bouwlagen, voorzien van overhoeks geplaatste steunberen; in de eerste twee bouwlagen, drielichtsvensters, erboven kleine vensters; in de bovenste geleding op elke zijde twee spitsboogvormige galmgaten, en een bakstenen rondboogfries onder de kroonlijst; portaal aan de noordzijde. Ronde traptoren van drie bouwlagen tussen toren en koor.

Sacristie van twee traveeën en een bouwlaag, voorzien van een drieledig, rechthoekig venster en een rechthoekige deur. Bepleisterd interieur, behalve de gewelven met bakstenen kappen en dito geprofileerde ribben. Overdekking door middel van kruisribgewelven tussen spitsboogvormige gordelbogen, gedragen door gesculpteerde consoles. Stergewelf boven de kruising, en straalgewelf boven de koorsluiting.

Mobilair: gepolychromeerde, houten beelden: Sint-Eutropia, laatgotisch (1520-1530); Sint-Rochus van Montpellier (circa 1700); reliekhouder Ecce Homo, buste (tweede helft 18de eeuw); Sint-Jozef met Kind, eik (eerste kwart 20ste eeuw). Hoofdaltaar door Mouffart (Luik) marmer (1924); zijaltaren, marmer, afkomstig van de abdij van Andenne (eerste kwart 18de eeuw), bovengedeelte neogotisch (eerste kwart 20ste eeuw). Communiebank door Radoux en Stas (Sint-Truiden), eik (1926). Preekstoel, dito. Biechtstoel, eik, rococo (midden 18de eeuw). Doopvont, hardsteen en marmer, neoromaans, door Harzemont (Hasselt), deksel en galg, smeedijzer, door Radoux en Stas (Sint-Truiden), (1925). Hardstenen wijwatervat in de vorm van een masker, waarschijnlijk afkomstig van een doopvont (13de eeuw). Muurschilderingen in koor, transeptarmen en westelijke muur, door Gabor Balogh (1925). Glasraam door Roger Daniëls (Hasselt), (1954).